De sluis wordt voornamelijk gebruikt door de pleziervaart. Schepen die wel qua breedte, maar niet qua lengte in de kolk passen, kunnen de sluis passeren bij gelijk of zelfs met een klein peilverschil.
De waaierdeuren in de Waaiersluis bij Gouda zijn nog in werking en worden ook nog wel een enkele keer gebruikt. Wanneer bijvoorbeeld de spuisluis buiten werking is, kan met behulp van de waaierdeuren via de schutsluis gespuid worden. Maar soms zijn de waaierdeuren een erg noodzakelijk en onmisbaar afsluitmiddel. De schutsluis heeft een schutlengte van 24,5 meter. Grotere schepen (tot 38 meter) kunnen dus niet geschut worden. Die schepen moeten wachten op gelijkwater. Wanneer de waterstand aan beide zijden van de sluis in verband met het getijverloop even hoog staat, wordt de sluis geheel opengezet en kunnen de grotere schepen door de sluis varen. Toch kan er ineens door bijvoorbeeld een snel opkomende vloed een krachtige stroming in de sluis ontstaan. De sluis kan dan niet meer veilig met de puntdeuren worden afgesloten. Op zo'n moment bewijzen de waaierdeuren hun dienst.
De Waaiersluis is een sluiscomplex met een schutsluis en een spuisluis in de Hollandsche IJssel, tussen de rivier en het gekanaliseerde deel hiervan. De sluis is bijzonder, omdat hier voor het eerst een waaiersluis in een vaarweg werd toegepast. Aan deze deuren heeft de Waaiersluis zijn naam te danken. De schutsluis heeft verder vier paar puntdeuren, namelijk in beide sluishoofden een paar ebdeuren en een paar vloeddeuren. De waaierdeuren bevinden zich in het tussenhoofd. Door deze constructie kan zowel tijdens hoogwater als tijdens laagwater geschut worden.